Achtergrondverhaal

 in Professionele identiteit

Zolang ik me kan herinneren schrijf ik: verhalen, gedichten, theaterteksten, essays, betogen, speeches, artikelen, werkstukken, scripties. Schrijven is wat ik het liefste doe. Schrijvend ben ik bezig met het polijsten van mijn denken.

Al op de basisschool gaf ik mijn eigen ‘boeken’ uit: ik beschreef alle pagina’s van een schoolschrift met de geschiedenis van Binki, de huiskat van mijn oma. Onder de kopieermachine vermenigvuldigde ik het werkje, ik bond het in met een touwtje en gaf het aan klasgenoten en buren.

Op de middelbare school deed ik niets liever dan werkstukken maken. Ik besteedde er buitenproportioneel veel tijd aan, ongeacht de opdracht, het vak of onderwerp. Alleen al het maken van een ‘boekje’ met een verzameling informatie rond een thema was voor mij een onuitputtelijke bron van plezier.

Aan de universiteit bleek ik op de juiste plek met mijn liefhebberij. Met hart en ziel leefde ik me uit in de referaten, essays en scripties die ik uitgenodigd werd te maken. Het hoogtepunt was mijn dubbeldikke interdisciplinaire afstudeerscriptie in 2000. Ik heb er negen maanden als een bezetene aan gewerkt. Nog steeds heb ik heimwee naar de meditatieve concentratie van die periode. Ik studeerde af met een negen bij Neerlandistiek en cum laude bij Wijsbegeerte. Ik viel volmaakt samen met wat ik deed.

Andere hoogtepunten waren het maken van de teksten voor mijn theaterstukken Signalen in 1999 en Olympia in 2005. Ze waren in die jaren het concreet vormgegeven resultaat van de ontwikkeling van mijn denken over taal en liefde.

Al mijn tijd en aandacht besteedde ik aan het verwoorden van wat er in me omging. Ik verwoordde wat ik dacht en voelde en maakte daarmee samenvattingen van delen van mezelf. Samenvattingen waarin ik vastlegde waar ik voor stond, wat ik belangrijk vond en wat ik mooi vond. Hierin kon ik mezelf met anderen delen.

Ik schreef en werkte onafgebroken aan de verfijning en aanscherping van mijn denken. Vanuit de grond van mijn hart geloofde ik dat als ik zo precies en zorgvuldig mogelijk zou verwoorden wat ik bedoelde dat anderen dan zouden begrijpen wat ik wilde zeggen. In de loop der jaren werd me langzaam maar zeker duidelijk dat dit niet zo was. Ook al besteedde ik de grootst mogelijke aandacht aan het kiezen van mijn woorden, soms werd ik niet goed begrepen of kwam mijn boodschap gewoonweg niet over. Ik was ontzet. Hoe was dit mogelijk? Taal is een weerbarstig instrument. Mijn taal is niet per se jouw taal. Ook niet als we dezelfde taal spreken of uitwisselen over een gemeenschappelijke ervaring.

Inmiddels heeft mijn obsessie met zorgvuldigheid en precisie in taal gezelschap gekregen van een zeker gevoel voor context. Weten wat je wilt zeggen is één ding. Maar deze woorden richten tot een bepaalde persoon of groep, op een bepaald moment, onder bepaalde omstandigheden, is een niet te verwaarlozen tweede stap.

Ik weet nu dat alle woorden een goede verstaander nodig hebben, een goede timing en een juist kanaal en dat ik zelfs dan niet in de hand heb hoe ik begrepen word. Dat is het spel dat communicatie heet. Dit neemt niet weg dat ik er nog steeds in diepste zin van overtuigd ben dat die allereerste stap de meest fundamentele is: wat wil ik zeggen en hoe schrijf ik dat zo op dat er precies staat wat ik bedoel? Alleen als je kunt beschikken over de woorden die exact dát uitdrukken waar jij voor staat, maak je kans aan een brede groep te  laten weten wie jij bent en wat je doet. Dat is de inhoudelijke basis onder elke duurzame, verdiepende intermenselijke relatie.

Wanneer ik bovenstaand voortschrijdend inzicht vertaal naar de dagelijkse praktijk: om te komen tot een passend verhaal is niet zozeer het schrijven van belang, maar het denken dat aan het schrijven vooraf gaat. Wie zijn denken helder op orde heeft, schrijft zijn verhaal namelijk in een halve dag.

Met twee collega-filosofen ontwikkelde ik een verhelderingsmethode die mensen in staat stelt hun ideeën, wensen en intenties op een zo precies mogelijke manier te doorzien. Daarna is het verwoorden ervan een koud kunstje. De methode werd een landelijk succes. Vele honderden mensen hebben grote stappen gezet in hun persoonlijke of professionele leven ná een sessie in het Filosofisch Lab. Het bleek een bijzonder effectieve en verrassende methode voor verheldering van denken en focus in handelen.

De business-variant van het Filosofisch Lab is het OndernemersLab. De werkvorm van het Lab gebruik ik in mijn begeleiding van trainers, coaches en adviseurs die worstelen met het profileren van zichzelf. Ik help ze bij het uitdenken, doorvoelen én verwoorden van een glashelder verhaal waarmee ze hun bedrijf, dienst of product krachtig in de markt zetten. Met een glashelder verhaal word je zichtbaar als professional, ben je herkenbaar voor potentiële klanten, krijg je een vanzelfsprekende aantrekkingskracht en leg je een stevig fundament voor de klanten die bij je passen en de omzet die je verdient.

Voor mij is nog altijd de grootste waarde van een glashelder verhaal: je kunt er anderen kort en bondig mee vertellen wat je altijd al hebt willen zeggen. Als dat lukt, val je samen met wat je doet en gaat het leven voor je werken.

Deelnemers aan het programma Groot Glashelder Verhaal vraag ik aan het einde van het traject om hun eigen achtergrondverhaal te schrijven. Dat zijn meestal heel persoonlijke verhalen. Het achtergrondverhaal plaatst iemands ondernemerschap in perspectief, het verwoordt de herkomst van wat iemand drijft. Dit hierboven is mijn achtergrondverhaal.

www.glashelderverhaal.nl

Aanbevolen Berichten

Laat een reactie achter

This site is protected by reCAPTCHA and the Google Privacy Policy and Terms of Service apply.

Stel mij gerust een vraag

Voel je vrij je vraag of opmerking aan me voor te leggen, wellicht kan ik je helpen. Je krijgt spoedig reactie. Hartelijke groet, Kiki Verbeek

dit veld niet invullen s.v.p.